Het geheim van De Steeg

Een akker in de De Steeg in Reek heeft tientallen jaren een geheim geherbergd. Geen
groot geheim, maar wel een kostbaar en teder klein geheimpje. Tenminste tot begin
november van dit jaar. Toen kwam het naar buiten door toedoen van André
Langenhuizen en Jos van den Biggelaar uit Oss. Beiden hebben als hobby het
afspeuren van akkers met een metaaldetector.

Op de bewuste dag in november besloten André en Jos hun geluk te gaan beproeven
bij de molen in Reek. Ze hadden gelezen dat niemand minder dan stadhouder
Frederik Hendrik hier in 1639 gelegerd is geweest met zijn troepen en beiden dachten
dat hier misschien nog wel iets van te vinden zou zijn. Ze zoeken een stukje land op.
Tevergeefs: totaal geen signalen. Onverrichter zake keren ze huiswaarts via de kom
en de Noordhoek van Reek, maar bij het zien van een akker wat verderop in De Steeg
denken ze: laten we het hier nog één keer proberen om iets te vinden. Ze vragen
toestemming aan de eigenaar van de grond en dan kunnen ze aan de slag. Tot dan toe
hebben ze al van alles gevonden rondom Oss: oude koperen munten, gespen, knopen,
een zilveren gulden uit de 18e eeuw, vingerhoedjes en ook veel lipjes van blikjes.
Deze keer verloopt het anders. De detector laat een ongewoon piepje horen en op
zo’n 25 cm onder het oppervlak stuiten ze op een gouden voorwerp: een trouwring!
‘Mien’ staat erop en een datum van 25-10-’55. Dus wie weet hoe lang die ring daar al
gelegen heeft.

André: “Ik schrok. We hebben nog nooit zoiets waardevols gevonden. We vergelijken
het altijd met vissen. Je moet af en toe beet krijgen. Dan is vissen leuk en dan is dit
ook leuk.” Goed en wel bekomen van deze bijzondere vondst, denkt het tweetal dat
het wel heel mooi zou zijn als ze ring terug zouden kunnen geven aan de rechtmatige
persoon. “We zijn teruggegaan naar de eigenaar van de grond en die zei dat dat nog
niet zou meevallen omdat in 1984 is de grond verkaveld is”, vervolgt André. “Hij
vergeleek het met het vinden van een speld in een hooiberg.”

Zoektocht
André en Jos zetten door en beginnen aan hun zoektocht. Allereerst informeren ze bij
de gemeente Maashorst naar de trouwdatum, maar krijgen in een brief te horen dat er
op 25 oktober 1955 in Reek en Schaijk geen huwelijk afgesloten is. Het spoor lijkt al
meteen dood te lopen. Gelukkig wijst iemand hen erop dat het tijdstip van het
wettelijk huwelijk niet samen hoeft te vallen met dat van het kerkelijk huwelijk.
Informeer eens bij de kerk is het advies dat ze meekrijgen. Omdat ze menen daar niet
goed een ingang te kennen, kloppen ze aan bij Heemkundekring Schaijk-Reek. De
vraag komt hier op het bordje van Jan van der Heijden te liggen en deze schakelt
Sonja Verstegen in, de secretaresse van het parochiecentrum in Schaijk.

Trouwboek
Het blijkt een simpel klusje te zijn, want het trouwboek ligt nog gewoon op de
pastorie en is niet doorgegeven aan het Brabants Historisch Informatie Centrum in
Den Bosch (BHIC). André en Jos krijgen te horen dat er op 25 oktober 1955 een
huwelijk voor de kerk gesloten is tussen Wilhelmina de Bruin en Johannes van
Schaijk. Onmiddellijk trekken ze de conclusie dat Wilhelmina Mien moet zijn.
Via diverse contacten, waaronder een ver familielid, stuiten ze vervolgens op een
overlijdensadvertentie van Wilhelmina de Bruin. En dat brengt hen weer een stap
verder, want hier staan ook de namen van de kinderen op. Ze komen in contact met
de oudste dochter Engelien die in Houten woont. Van haar vernemen André en Jos dat
Mien de Bruin uit Reek komt en getrouwd is met Johannes (Jan) van Schaijk uit
Elshout. Jan hielp wel eens mee in Reek op de ouderlijke boerderij van Mien in de
Noordhoek en daarbij moet hij op een akker zijn ring verloren hebben. Al vrij snel na
het huwelijk zelfs, is de overtuiging van Engelien en om toch te laten zien dat hij
getrouwd is, steekt Jan de ring van zijn moeder, die al op jonge leeftijd overleden is,
aan zijn vinger.

André: “De kinderen wisten dus dat hij de ring verloren was. Het was leuk dat de
familie enthousiast reageerde. Voor hetzelfde geld hadden ze kunnen zeggen: breng
de ring maar naar de juwelier.”

De Babbelaer
De ochtend van vrijdag 8 december geven André en Jos de ring weer terug aan de
familie. In de Babbelaer in Reek. André: “We zijn naar Reek gereden en hebben bij
de zorgcoöperatie gevraagd of dat het hier mocht. Eigenlijk zijn we gewoon bij De
Babbelaer naar binnen gestapt, hebben we het hele verhaal verteld en toen kregen we
te horen: volgende week vrijdag dan kan het.”
Namens de familie neemt Gijs van Schaijk de ring in ontvangst. Behalve hij zijn er
die ochtend ook twee zwagers, een oom uit Reek (Wim de Bruin, een broer van
Mien) en een neef uit Reek (Christiaan de Bruin) aanwezig. Na afloop haalt André
zijn metaaldetector tevoorschijn en doet hij uitvoerig verslag van de vondst aan de
aanwezigen.

Ik vraag aan Gijs wat er nu met de ring gaat gebeuren. “Dat weet ik niet. Daar moeten
we het nog over hebben. Mijn zus bezit de trouwring van Mien nog en de twee ringen
kunnen we nu bij elkaar leggen.”
Hoe kijkt hij terug op deze bijzondere vondst? “Wat ik vooral geweldig vind, is dat
twee mannen de moeite hebben genomen om te achterhalen van wie de ring was. Dat
is zeer te waarderen. Prijzenswaardig.“

Auteur: Ton Cruijsen
Bron: Reek Goed Voor Mekaar (januari 2024)

Dit mooie verhaal kregen wij aangeboden van Heemkundelid Jan van den Heuvel en
zijn vrouw Anny, ook de zus van Anny uit Houten was hierbij aanwezig. Een mooi
verhaal dat we met iedereen willen delen. Onze dank gaat ook uit naar schrijver van
het artikel Ton Cruijsen en de redactie van Reek Goed Voor Mekaar.