website baarhuisje

Het Berghems baarhuisje

Uitnodiging wethouder Hoeksema
Op  28 januari s’morgens om 8.45 uur zijn voorzitter Berchs-Heem  Gerard v.d. Linden en ik uitgenodigd in het gemeentehuis in Oss. Wethouder Hoeksema, beleidsmedewerker Jos Wingens en Ditmar van Grinsven ontwikkelaar pastorietuin zitten mede aan tafel. Wethouder Hoeksema herhaalt nog een keer de gang van zake, maar wil niet dat er inhoudelijk wordt ingegaan in de zaak baarhuisje, en benoemd het baarhuisje dan ook vaak als gebouwtje of schuurtje. Hij zegt dat door de emotie die in Berghem is  ontstaan, dat hij bereid is het baarhuisje te behouden, en zegt dat de gemeente €5000,00 daarin wil bijdrage, mijn antwoord is daarop dat heemkundevereniging Berchs-Heem niet gaat voor het behoud van een schuurtje, maar voor het behoud van een monumentaal baarhuisje. Meerdere keren probeer ik de beslissing van de monumentenkamer op tafel te krijgen, maar steeds wordt ik afgekapt. Aan vertel ik dat dit het grote probleem voor ons is, het vertellen en verdedigen van ons standpunt, nooit hebben wij de kans gekregen om ons onderzoek uit te leggen, steeds waren wij gebonden aan de 5 minuten regel in het reglement van de gemeente Oss. Onze voorzitter doet een duidelijke uitleg over de bemoeienis van de wethouders in deze zaak, en dan duid hij vooral op de sturing van de wethouders richting  Henk Buijks, de maker van het rapport over het baarhuisje namens de gemeente. De wethouder is duidelijk aangeslagen door dit verwijd, en zegt dat hij alles naar eer en geweten heeft gedaan, voorzitter zegt dat wij zwart op wit bewijzen hebben dat dit anders ligt. Berchs-Heem laat weten dat de maker van het bouwhistorisch onderzoek voor Berchs-Heem Frank Haans bereid is om uitleg te komen geven over  het totstandkomen van zijn rapport. Wethouder Hoeksema zal proberen monumentenkamer leden Henk Buijks, en bouwhistoricus Hein Hundertmark samen met Frank Haans aan tafel te krijgen, en dan tot een oplossing te komen, om 9.45 uur verlaten wij het gemeentehuis in Oss.

Overleg Frank Haans, Hein HundertmarkenHenk Buijks
Op 3 februari 2011 krijg ik van monumenten adviesbureau  Nijmegen een mail dat drs. Frank Haans directeur van dit bureau, en schrijver van het rapport voor Berchs-Heem is uitgenodigd voor een onderhoud met Henk Buijks, Hein Hundertmark en een jurist van de gemeente Oss die belast is met de aanwijzing van de monumenten. Hein Hundertmark heeft  de schattingskaarten het z.g. ‘’hard bewijs’’ naar dit bureau gestuurd, en nu al blijkt dat het jaartal van de schattingskaarten waarmee de monumentenkamer schermde 1880-1886 niet klopt.
Frank Haans kon het nergens lezen, maar meerdere keren komt er in het verhaal het jaar 1873 voor. Dit is dan ook het jaar van de herziening (1873-1875) van de grondbelasting voordat het baarhuisje werd gebouwd. Nu blijkt dat de monumentenkamer van Oss steeds heeft gewerkt met een schattingskaart die als jaaraanwijzing niet juist was. Volgens Frank Haans zal dit nog een interessant  onderonsje worden.

De kater voor Berchs-Heem
Er is een onderhoud geweest tussen de monumenten commissie, onze deskundige Frank Haans, en jurist van de gemeente Oss A. Veldhausz.
In deze vergadering waarbij Berchs-Heem niet is uitgenodigd komt een teleurstellende conclusie. Het door hun genoemde gebouwtje is door, volgens de deskundige keiharde bewijzen nooit geen baarhuisje geweest maar een schuurtje. Onze deskundige gaat met de informatie van de 2 Berchs-Heem leden en de monumenten commissie mee, en laat zijn waarnemingen ter plaatse varen. Ook komt naar voren dat het verwijt naar Berchs-Heem is gemaakt in de vergadering, dat ze de stukken die in ons bezit waren niet hebben geleverd aan onze onderzoeker. Deze conclusie is niet juist. Wij waren niet in bezit van een bouwhistorisch rapport van Hein Hundertmark, dat hebben wij vorige week (30 maart 2011) pas voor de eerste keer gezien. De 2 kadaster en schattingskaarten heb ik persoonlijk naar Nijmegen gebracht. Op de vraag tot 2 maal toe aan de heer A. Veldhausz van de gemeente Oss om aan Berchs-Heem de stukken te sturen van het keiharde bewijs die geleid hebben tot deze beslissing zitten wij nog te wachten, nee, zelfs geen enkele reactie. Inmiddels heeft het college beslist het baarhuisje niet op de gemeentelijke monumentenlijst te plaatsen, maar het wel te willen behouden.

BERCHS-HEEM GAAT IN BEROEP.

Vrijdag 8 april bezoek bisdom archief ‘s-Hertogenbosch.
In het archief van het bisdom werd ik niet veel wijzer wat het baarhuisje betreft,er werd mij ook verteld dat er al meerdere personen van Berchs-Heem in het bisschoppelijke archief hadden zitten neuzen. Omdat ik nog tijd over had ben ik naar het BHIC gegaan met de hoop nog iets te kunnen toevoegen. Dit alles was tegen het advies van Frank Haans, die vond dat wij er maar mee moesten stoppen omdat er toch niets meer te vinden was.

Op die vrijdag 8 april vond ik een stuk van de herziening grondbelasting waarin stond vermeld dat er van 8 tot 11 oktober 1873 een bezoek aan Berghem was gebracht met als opdracht herziening grondbelasting bebouwde eigendommen. Het eerste wat in mij opkwam was dan ook dat er toen nog geen sprake was van de bouw van het baarhuisje (1874). En mijn conclusie dat de deskundige wel eens met de verkeerde kaarten zouden hebben gewerkt, en daarvan hun conclusie hebben getrokken. In 1879 was er de herziening onbebouwde eigendommen. De tweede herziening van bebouwde eigendommen was pas in 1897, en onbebouwde in 1903. Het keiharde bewijs van de deskundige van de monumentenkamer en van de andere deskundige komt door het gebruik van de verkeerde kadasterkaarten in een geheel ander daglicht te staan. Volgens Berchs-Heem hebben zij gebruik gemaakt van de kadasterkaarten die zijn gemaakt naar aanleiding van de herziening grondbelasting van 1873, waarop het baarhuisje niet voor kon komen, simpel omdat het toen nog niet was gebouwd. Na de tweede herziening in 1897 komt het huisje tevoorschijn.

Ontbrekende stukken bij ter inzage
Bij de mededeling van B&W dat het Berghems Huisje niet werd opgenomen op de lijst van gemeentelijke monumenten werd er medegedeeld dat alle relevante stukken ter inzage lagen in het gemeentehuis in Oss. Voorzitter Gerard van der Linden en ik waren toch benieuwd wat dat z.g. keiharde bewijs zou zijn. Het bleek een kadasterkaart te zijn die aangaf dat er voor 1900 geen bebouwing zou zijn geweest op de plaats van het baarhuisje, maar tot onze verbazing was dit bijzondere stuk en keiharde bewijs niet aanwezig, ze waren door Henk Buijks weer meegenomen naar het BHIC, omdat ze zo kwetsbaar en kostbaar waren, aan een kopie, foto of scan had zeker niemand gedacht. Berchs-Heem heeft meteen aangegeven dit bewijsstuk te willen zien omdat dit stuk alles heeft laten kantelen. Het is al maanden geleden dat wij dit gevraagd hebben maar tot op heden nog geen bericht. De gemeentejurist Berno Veldhausz liet mij weten dat de uiteindelijke beslissing van B&W zou vallen op 18 oktober 2011, ook dat ging weer niet door zodat er nu weer een nieuwe datum ligt en wel 15 november 2011. Berchs Heem is er nog steeds van overtuigd dat wij hier spreken over een zeer zeldzaam lijkenhuis dat bijna in de gehele provincie niet voorkomt, en misschien wel in heel Nederland om nog maar eens de woorden van Hein Hundertmark van de monumentenkamer aan te halen, en zeker de gemeentelijke monumenten bescherming verdiend.