website baarhuisje

Het Berghems baarhuisje

Conclusie & advies
Hoewel niet met 100% zekerheid kan worden gesteld dat het gebouwtje het in 1874 gebouwde baarhuis is van de R.K begraafplaats, zijn er meerdere feiten aan te dragen die voor deze identificatie spreken. Ten eerste het gebouw zelf. Het metselwerk hiervan is gezien de gehanteerde baksteen en mortels zeker niet jonger dan 1875. Het gebouw vertoont voorts nog diversen kenmerken die passen bij de voorschriften m.b.t.  de bouw van baarhuisjes. Ten derde spreekt de situering van het gebouwtje boekdelen. Het kerkhof was oorspronkelijk (in de 19e eeuw) getuige kaarten toegankelijk via een laan komend vanuit de (huidige) Julianastraat. Het baarhuis lag in de oorspronkelijke setting aan het einde van deze laan, een positie die kenmerkend was voor een baarhuisje.
Door de wijzigingen ter plaatse na de bouw van de huidige kerk en pastorie was men genoodzaakt om het pad te verleggen en de begraafplaats te verschuiven, waarbij men er voor koos om ook de entree naar het oosten te verleggen en daar nabij de Willibrordusstraat een nieuw baarhuis voor beide begraafplaatsen (dus ook voor de vanaf dat moment ook hier gesitueerde algemene begraafplaats) op te richten.
In een later stadium is het oude,functieloos geworden baarhuis verbouwd, en kreeg het een opslagfunctie met garagedeuren.

Advies
We bevelen ten zeerste aan om het baarhuisje alsnog aan te wijzen als gemeentelijk monument, exclusief de uitbreiding/verhoging, op grond van met name de cultuurhistorische waarde. Vervolgens dient te worden gezocht voor een goede herbestemming in samenhang met de omgeving, waarbij het gebouw terug moet worden gebracht naar zijn oorspronkelijke volume en hoofdvorm. Daarbij is vooral ook het uiterlijk een leidende factor. Zadeldak en lessenaarsdak met oud Hollandse  dakbedekkingen, een nieuwe in rode baksteen opgetrokken zuid en oostgevel van de zuidelijke aanbouw. Hierdoor worden ook de andere waarden versterkt (herkenbaarheid situering waarde)

Drs. F.A.C. Haans, directeur afdeling bouwhistorie en restauratie, monumenten advies Bureau Nijmegen  22 oktober 2010.

Dit rapport is door onze voorzitter en mij op 2 november 2010 aangeboden aan de balie van het gemeentehuis in Oss, en gericht aan B&W, en aan alle raadsleden. Het zal volgens de berichten pas op 17 februari 2011 in de gemeenteraad worden behandeld.

Op 8 januari 2011 krijgt het bestuur van Berchs-Heem een kopie van een brief, gericht aan het parochiebestuur van Berghem. In die brief wordt aangegeven dat de monumentenkamer op 11 februari rond 15.00 uur voor de zoveelste keer haar mening zal geven over het baarhuisje, wij zijn bij de openbare vergadering uitgenodigd. B&W had ons rapport weer doorgestuurd naar de commissie.

Op 11 januari 2011 om 15.00 uur gaan voorzitter Gerard van der Linden, penningmeester Lambert van Hintum, oud voorzitter Jan van der Burgt en heemkundelid Rinie Gremmen naar de monumentenkamer van de gemeente Oss. De voorzitter Peter de Greef heet ons welkom en stelt de aan tafel zittende personen voor. Henk Buijks, Hein Hundertmark, Hetty Peters, Frans van der Linden van de monumentenkamer. Verder zitten aan tafel Antwan van Gendt, Hesther Bernds secretaris commissie ruimtelijke ordening en  Veldhausz die Jurist is van de gemeente Oss, alleen werd dat door de voorzitter niet vermeld.
Voorzitter geeft een uiteenzetting van de zaken zoals ze er nu voorstaan zoals hun advies aan B&W dat niet zal veranderen, maar alleen aangevuld kan worden, als er iets nieuws in het rapport van monumenten advies bureau  Nijmegen zou staan. Voorzitter is gepikeerd door een regel in het rapport waar staat dat er nog nooit iemand serieus met bouwhistorische ogen heeft gekeken naar het baarhuisje. De commissie is volgens de voorzitter kwalitatief erg goed er zitten mensen in met regionaal en landelijk niveau. Hij denkt aan een foutje van Frank Haans (schrijver rapport). Steeds komt de voorzitter weer terug op de ervaren commissie. De commissie krijgt het woord of er in het rapport relevante dingen  staan die hun mening kunnen veranderen. Onze voorzitter van Berchs-Heem krijgt het woord en laat meteen z’n ongenoegen spreken over het verzuim van een officiële uitnodiging, maar het moest doen met een kopie. Hij vraagt de commissie nu eens eindelijk met een goede formulering te komen over het baarhuisje, en niet meer te dolen en te dwalen in deze zaak. Hij zegt dat de commissie het spoor geheel bijster is geraakt. Onze voorzitter vindt het onbegrijpelijk dat B&W wederom de monumentenkamer heeft gevraagd om advies, en dat het college niet zelf een besluit heeft kunnen of willen nemen. Daarna somt hij alle feiten op, het baarhuisje aangaande, en de geschiedenis van de strijd van Berchs-Heem. Onze voorzitter zegt dat de deskundigheid van deze commissie sterk ter discussie staat, en mede meldt hij dat de onderzoeker Frank Haans op hun verzoek uitleg wil komen geven. Wanneer B&W besluit om het baarhuisje niet te benoemen als gemeentelijk monument, zal Berchs-Heem niet stil blijven zitten, en alles aanwenden om hun gelijk te krijgen. Voorzitter de Greef zegt dat de commissie nooit door het college een richting in is gestuurd, wat zeker niet waar is omdat wij bewijzen hebben dat dit wel zo is geweest. De suggestie volgens hem neemt hij ons hoogst kwalijk. Vast staat wel dat ze zeker geen nieuw advies zullen geven aan B&W hoogstens een aanvulling. Voorzitter Peter de Greef probeert weer of Berchs-Heem de kwalificatie over de monumentencommissie terug wil nemen, onze voorzitter neemt geen woord terug, de Greef zegt wederom dat zijn mensen bekwaam en befaamd zijn (tot vervelens toe). Dan meld ik dat voorzitter Berchs-Heem niets hoeft terug te nemen, en dan komt voor mij de eerste waarschuwing om eruit gezet te worden, als ik nog een keer iets zeg. De voorzitter van de monumentenkamer zit er duidelijk opgefokt bij, wat waarschijnlijk komt door zijn ongebruikelijke tafelgenoten, en roemt wederom zijn gevolg. Hij zegt daarna dank u wel en voegt meteen daaraan toe dat hij dat eigenlijk niet mag zeggen. Daarna geeft hij het woord aan Henk Buijks. Hij heeft een heleboel in het rapport gelezen waarvan hij denkt, ja, daar zit wel wat in, maar hij heeft het liever over de kadastrale gegevens, die wij als Berchs-Heem sterk bekritiseerd hebben. Hij neemt eerst de schattingskaart van 1886, volgens hem wordt alles wat bebouwd is meegenomen, want de Nederlandse fiscus was niet mis als het om bebouwing ging. Op de schattingskaart staat volgens hem ook de kerk van 1848 getekend. Er staat wel een huisje op maar dat staat aan de zuidwest kant van het kerkhof. Hij heeft daarbij een foto waarvan hij zegt dat er bijna niets op te zien is, raar is het dan ook dat wij alles duidelijk moeten bewijzen, en dat hun met een wazige foto als bewijs komen aanzetten. Verder zegt hij dat op de plaats van het baarhuisje alleen een moestuin was, en dat er pas rond 1904 is gebouwd, dus de constatering van Frank Haans dat gezien de gebruikte metselmortel van het baarhuisje het niet jonger is dan 1875 slaat hij geheel in de wind, er is volgens hem oud materiaal gebruikt. Dan krijgt Hein Hundertmark het woord. Het viel hem ook op dat de schattingskaart niet was meegenomen in het onderzoek, de kaarten die wij van Berchs-Heem hebben bekritiseerd omdat die volgens het kadaster zeker niet altijd betrouwbaar waren,en dat ze zeker niet alle schuurtjes en bijgebouwen omvatten. De bewijslast van Frank Haans om aan te tonen dat het een baarhuisje is, staat volgens Hein Hundertmark, haaks op de bewering van hem dat het een baarhuisje zou kunnen zijn. Sterker nog zegt hij, hij ontkracht mijn bewijslast, en als ik moet ingaan op de inleiding van het rapport dat hij de enige deskundige is, buig ik mijn hoofd, dat zou ik niet doen zegt voorzitter de Greef. Ik buig mijn hoofd in zoverre dat de bewijslast dat het een baarhuisje zou kunnen zijn hier helemaal onderuit wordt geschoffeld, en daarbij vervalt de bouwhistorische bewijslast die ik toen had ingebracht, en laat hierbij een triomfantelijk lachje zien. Dan komt de nieuweling Hetty Peters aan het woord. Zij heeft ook een bezoek gebracht aan het baarhuisje. Ze heeft gekeken naar de waardebepaling, maar heeft op de vraag van de voorzitter niet de redengevende omschrijving van Jennemie Stoelhorst gelezen. Ze was heel verbaasd dat dit een baarhuisje zou betreffen omdat die volgens haar er allemaal heel anders uit zien (over deskundigheid gesproken), waarom is het dan geen baarhuisje vraagt de voorzitter de Greef, zij antwoord,omdat in het rapport een heleboel foto’s staan die niet op dit baarhuisje lijken, dus dan is het er ook geen. Op dat moment verlaat oud voorzitter Jan van der Burgt en Rini Gremmen  de zaal, na zo’n onzinnige opmerking. Dan vraag ik aan de voorzitter, als er niets staat op de kaart, hoe kan er dan een baarhuisje op staan die gemetseld is met metselmortel van 1874, met sporen van schelp deeltjes, overigens zijn de kerk en de pastorie wel met de traditionele specie van die tijd gemetseld. Henk Buijks zegt dat hij alleen kijkt naar wat er op de schattingskaart staat. Onze voorzitter benadrukt nog eens dat er vroeger zeker niet alles op de schattingskaart stond, daarop geen reactie. Daarna komt Henk Buijks terug op de locatie van het baarhuisje, wat ik dan namens Berchs-heem ook meteen bestrijd, ik geef aan dat van de St. Willibrordusstraat gezien zijn foto van de linkse kant is met het monument in zicht van notaris Bijvoet, en dat wij het hebben over de rechterkant van de kerk, het baarhuisje gelegen aan het einde van de kerkpad. Nu haakt Henk Buijks meteen in op de situatie huisje kerkpad, hij haalt aan dat hij in Brabant een van de weinige kaartspecialisten is, en op de kaart van 1868 is volgens Henk de kerkpad te zien die recht naar de toren loopt, hij houd vast dat het baarhuisje rechts van de kerk stond, al moet hij het doen met een zeer onduidelijke foto en een bewering die nergens op rust. Hij gaat alleen uit op de juistheid van het kadaster in die tijd, en op de deskundigheid van mevrouw van Geloven van het B.H.I.C. Het enige gegeven wat nieuw voor hem was is de plankendroger in het huisje, maar geeft meteen aan dat die er later in zou kunnen zijn gezet, en daarbij gaat hij voorbij dat de plankendroger in de binnen en buitenmuur is vast gemetseld.
Hij geeft geen oordeel over de ouderdom van het baarhuisje.
Hein Hundertmark heeft geen aanvullende stukken ontdekt,hij heeft zoals hij zegt telefonisch contact gehad met Frank Haans, dan zegt hij dat, dat contact voor het schrijven van het rapport is geweest, en dat hij hem heeft ingelicht over de kaart. Dan breekt er iets in mij, en vraag hem hoe het mogelijk is dat hij voor het rapport contact had met Frank Haans over de zaak, hij kon niet weten met welk monumentenadviesbureau wij in zee waren gegaan. Dan refereert hij op een artikel op onze website, wat overigens weer niet de waarheid is, want dit artikel is na het rapport pas gepubliceerd. Ik mag van de voorzitter geen vragen stellen aan Hein Hundertmark, als ik dan zeg dat er onwaarheden worden gezegd, en dat ik daarover niet mijn mond houd, kan ik de zaal verlaten, en de voorzitter schorst daarop de vergadering. Hij loopt mij na tot in de gang en zegt dat hij de commissieleden een voor een aan het ondervragen is, en dat ik er dan niet tussen moet komen, op mijn beurt zeg ik dan dat Hein Hundertmark gewoon zit te liegen. Hij zegt dat ik rustig moet wachten tot het klaar is. Voorzitter Berchs-Heem zit nog ongeveer 15 minuten in de vergaderzaal, inmiddels 16.30 uur verlaten wij het gemeentehuis in Oss. Mijn ervaring van de middag is dat de monumentenkamer, en dan vooral voorzitter Peter de Greef geen tegenspraak dulden, en als een echte dictator de vergadering leid, wat misschien wel lag aan het niet gebruikelijke bezoek van de gemeenteambtenaren. Tot zover het verslag opgemaakt 11 januari 2011 monumentenkamer Oss. Maandag 17 januari 2011 zit ik nogmaals al mijn gegevens door te kijken als mijn aandacht valt op een brief van het kerkbestuur aan de provincie om vrijstelling van de grondbelasting, overigens was dat voor de kerk gewoon, en ook voor de rond de kerk gebouwde zaken. Er werd verwezen naar een wet van 26 mei 1870 n.l,’’de wet op de grondbelasting’’, Staatsblad 82.
Ik kwam terecht in de registers met de uitkomsten van de herzieningen van de grondbelasting 1873-1904. De eerste herziening betrof het jaar 1873 van de gebouwde eigendommen, in Berghem is de eerste herziening geweest van 8 tot 11 oktober 1873, een operatie die al in 1875 kon worden voltooid, dus het baarhuisje (1874) kon hierin nog niet voorkomen. Het liep niet allemaal even voorspoedig net als de tweede herziening in 1897 van gebouwde eigendommen, onduidelijkheid in de wettekst leidde in 1904 tot een noodzakelijke aanvulling op deze herziening. Pas met ingang van 1908 kon de heffingen op basis van de nieuwe schattingen plaatsvinden. Dat verklaard ook meteen waarom het baarhuisje op de schattingskaart van 1886 van de monumentenkamer niet voorkwam, en op de schattingskaart van rond 1900 kopie in bezit  van Berchs-Heem wel. De kaarten zijn net als de minuutplans van 1832 een gedetailleerde momentopname. In vele provincie’s zijn in de rijksarchieven ’’de registers met uitkomsten’’ in orde, in ‘s-Hertogenbosch is dat nog niet het geval, daar zijn slechts plaatsingslijsten aanwezig. In mijn zoektocht in het archief in ‘s-Hertogenbosch stond dan ook steeds onbelast, als het over de kerk en hun bijgebouwen ging. De wet van 1870 schreef in artikel 59 voor, dat de belastbare opbrengst van de gebouwde eigendommen voor 1 januari 1875 diende te worden herzien en dat vervolgens elke 20 jaar een nieuwe herziening moest plaats vinden.