website baarhuisje

Het Berghems baarhuisje

Bouwhistorisch en cultuurhistorisch onderzoek en waardebepaling Baarhuisje te Berghem

Begin oktober  gaf heemkundevereniging Berchs-Heem  opdracht aan monumentenbureau Nijmegen voor het uitvoeren van een bouwhistorisch en cultuurhistorisch onderzoek. Zoals het monumentenbureau meld  had de gemeente Oss in 2006 aan monumentenadviesbureau De Gooijer uit Epse opdracht gegeven om een bouwhistorisch rapport op te stellen van de kerkhofmuur.Later kreeg het monumentenadviesbureau Nijmegen opdracht voor het uitwerken van het restauratieplan van de muur. Uit dat onderzoek bleek dat het bouwhistorisch rapport niet volledig was en onvoldoende de bijzondere waarde van de muur duidde. Uit onderzoek bleek  de muur aannemelijk ouder te zijn dan in vernoemd rapport werd aangenomen.In het restauratieplan had het bureau ook het herstel en behoud van het verbonden baarhuisje meegenomen, maar op verzoek van de gemeente is er in het definitieve plan vanaf gezien, omdat het gebouwtje volgens de gemeente Oss al een gepasseerd station was. Duidelijk schrijft de onderzoeker dat in ieder geval op het terrein rond de kerk in 1874 bouwactiviteiten hebben plaats gevonden. Dat het baarhuisje op de algemene begraafplaats hier of elders is gebouwd is niet geheel duidelijk geworden.

Archeologisch en bouwhistorische gegevens van muur en huisje
Uit het archeologisch onderzoek (vrijleggen van fundering van de westelijke kerkhofmuur en westelijke kopgevel van het onderzochte baarhuisje) is al duidelijk geworden dat de fundering van de muur en van de daarmee in één lijn liggende westelijke kopgevel van het baarhuisje één geheel vormen. Het zelfde geldt voor het opgaande werk. De fundering en het opgaande werk zijn gemetseld in handvorm baksteen met een formaat van (21,5-10,5-5 cm) er komt ook een dunnere steen voor (21,5-10,5-4,2 cm). Een 10-lagenmaat levert 56 cm op. Het voegwerk bevat metselmortel van schelpkalk/zandmortel, met duidelijke ‘’pitten’’ van schelpresten. Hieruit is duidelijk geworden dat het gebouwtje tegelijkertijd  met het westelijke gedeelte van de muur en grote delen van de zuidelijke muur (die één geheel vormt met de noordelijke langsgevel  van het huisje) moet zijn opgetrokken. Op grond van het gehanteerde materiaal en zeker ook de voeg en metselmortel moeten dateringen van dit metselwerk ruim na 1874 van de hand worden gewezen. Men zou zich kunnen voorstellen dat men in tussen 1900 en 1905 toen de nieuwe kerk en pastorie zijn gebouwd heeft gewerkt aan dit gebouwtje en daarbij hergebruikte oude steen heeft verwerkt. Hiertegen spreekt echter de gehanteerde mortel die duidelijk afwijkt van de bij de kerk en pastorie gehanteerde mortels.

Geschiedenis (1874-2010)
De vraag naar kadastrale wijzigingskaarten van het gebied heeft geen kaarten opgeleverd uit de periode 1870-1880. Gebleken is echter dat het gebouwtje pas in beeld komt als de ontwikkelingen vanuit percelen van de boerderij worden opgevraagd, want bij de metingen van de percelen van de kerk naar aanleiding van de bouw van de kerk en pastorie geven het gebouwtje niet weer, maar wel het bondsgebouw en de school, die ook al op de eerste kaart stonden weergegeven!! Het ontbreken op die hulpkaarten van het gebouwtje hoeft volgens het kadaster zeker niet bij voorbaat in te houden dat het gebouwtje toen nog niet bestond. De hulpkaarten dienden voor het zo exact mogelijk bepalen van de plaats van de belangrijke nieuwbouw (in dit geval kerk en pastorie) waarbij dan de omliggende bestaande bebouwing voor zover noodzakelijk werd weergegeven om één en ander aan elkaar te kunnen meten.

Het is op z’n minst opmerkelijk dat bij de herinrichting van de katholieke begraafplaats opnieuw de Algemene begraafplaats ter sprake kwam en dat hiervoor opnieuw een bescheiden stuk grond werd gereserveerd naast de katholieke begraafplaats.Bovendien werd voor deze begraafplaatsen een gemeenschappelijk baarhuis ontworpen, dat ook daadwerkelijk is gebouwd.Het onderzochte baarhuisje is nadien verbouwd tot een koetshuisachtige constructie, waarbij het rechter deel van westgevel werd opgehoogd en een nieuwe zuid gevel en linker deel van de  oost gevel werd opgetrokken. De lage en iets smallere uitbouw aan de zuidzijde ging hierbij dus verloren, en het gebouw kreeg een rechthoekige plattegrond, en een nieuwe kap. Een dergelijke actie lijkt alleen zinvol als het gebouw zijn oorspronkelijke functie is verloren, vermoedelijk dus door vervanging van het baarhuis door een nieuw gemeenschappelijk exemplaar oostelijk van de kerk na 1901.

Op vele begraafplaatsen zijn nog baarhuisjes terug te vinden uit deze periode. Deze huisjes zijn hun oorspronkelijke functie kwijtgeraakt en worden tegenwoordig vaak gebruikt als bergplaats. Vele baarhuisjes zijn beschermd monument en worden vaak gerenoveerd.

Monumentale waardebepaling
Het gebouw is ondanks de latere verbouwing nog goed herkenbaar gebleven als een baarhuis, een type gebouw dat na de inwerkingtreden in 1872 van de wet tot voorziening tegen besmettelijke ziekte een verplicht onderdeel moest worden op de diversen begraafplaatsen. Volgens de voorschriften moest een dergelijk gebouw voldoende ruimte bieden  aan het opbaren van 5 lijken over een periode van maximaal 36 uur van overledenen die ten gevolge van een besmettelijke ziekte waren overleden,voordat deze mochten worden begraven. Alle kenmerken van zo’n baarhuisje zijn aanwezig in het Berghems baarhuisje. Meestal werden baarhuisjes zeker in de beginperiode zeer eenvoudig uitgevoerd als een sober bakstenen schuurtje, en mochten niet de prijs van 300 gulden  overschrijden, vele bleven daar ver onder. Pas later in de 19e eeuw en vroege 20e eeuw kregen deze gebouwtjes soms uitwendig een meer gedetailleerde uitwerking met nissen boogopeningen en lijstwerk. De latere verbouwing(uitleg en ophoging van de zuidelijke ruimte en aanbrengen nieuw kapconstructie)heeft er toe geleid dat de architectonische waarde ten dele is aangetast. Wel geeft het deurkozijn met geprofileerd kalf in de westgevel enige bouwhistorische waarde.

Situering –en ensemblewaarde
Door de ligging op de hoek van de tuinmuur en de constructieve verbondenheid hiermee vertegenwoordigd het gebouw enige situeringwaarde. Voorts is er sprake van ensemblewaarde middels de verbondenheid en samenhang met de als Rijksmonument beschermde tuin/kerkhofmuur,de R.K. Kerk, en de pastorie die op de gemeentelijke monumentenlijst staat.

Cultuurhistorische- en symbolische waarde
Dit eenvoudige gebouwtje bezit met name cultuurhistorische waarde vanwege de vroegere functie als Baarhuis, tot stand gekomen kort na de inwerkingtreding op 4 december 1872 van de wet tot voorziening tegen besmettelijke ziekten (artikel 12) Het huisje werd in de operatie tegelijkertijd met dat van de algemene begraafplaats op last van de burgemeester van Berghem opgericht zoals in de archiefstukken blijkt. Baarhuisje waren sedert de inwerkingtreding een onlosmakelijk onderdeel van een begraafplaats, en de meeste van de bewaard gebleven baarhuisjes zijn vooral vanwege hun cultuurhistorische waarde als monument beschermd. Het Berghems voorbeeld herinnert nog aan de oude situatie rond de kerk van Berghem voordat de nieuwbouw in 1900 werd uitgevoerd,die westelijk van de oude toren kwam te staan, waardoor de begraafplaats moest worden aangepast en een nieuw baarhuis werd gebouwd zuid oostelijk van de kerk nabij de Willibrordusstraat.